Artikel | Werken graag, maar er is meer dan werk - Generations at work
17631
post-template-default,single,single-post,postid-17631,single-format-standard,bridge-core-3.3.2,qode-page-transition-enabled,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-smooth-scroll-enabled,qode-theme-ver-30.8.3,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-8.0,vc_responsive

Artikel | Werken graag, maar er is meer dan werk

Artikel | Werken graag, maar er is meer dan werk

Terwijl het werk voor het oprapen ligt, lijken jongeren juist te verlangen naar meer vrijheid. Overwerken om een vast contract of promotie te krijgen: het lijkt niet meer van deze tijd. Hoe kan dat?

Het is nooit de lease-auto waar ze over beginnen. Niet het salaris ook. En al helemaal niet de onbekommerde oudedagvoorziening bij Zwitserleven. Nee, het eerste dat jonge talenten vragen als hr-manager Marijn van der Welle van accountants en adviesbureau BDO hen vraagt bij hem te solliciteren – want zover is het op de krappe arbeidsmarkt inmiddels gekomen: ‘Hoe is de sfeer bij jullie?’ Dan volgt meestal een vraag over de work-life-balance, aldus Van der Welle. ‘En pas dáárna willen ze weten wat het werk precies inhoudt.’

Het is volgens de hr-manager exemplarisch voor de jonge generatie accountants. Die ‘leeft niet meer om te werken, maar werkt om te leven’. Niet langer wordt ze over de streep getrokken door het lonkende perspectief van een leven als partner Audit & Assurance, maar met stedentrips naar Barcelona, flexibele werktijden, interessante opdrachtgevers en 32 vakantiedagen met de mogelijkheid er nog 15 bij te kopen. Nog zoiets dat die jongere generatie ‘minder vanzelfsprekend’ vindt: overuren maken.

De accountants zijn daarin niet alleen. Uitsluitend de uren werken die in je contract staan, werd dit najaar een heuse internethype. Nadat vorig jaar de Chinese Tangping (‘platlig’)-beweging jongeren aanspoorde om te breken met de 996-cultuur (zes dagen per week werken van 9 tot 9), was het nu de Amerikaanse twintiger ‘ZaidZeppelin’ die op TikTok ageerde tegen het idee dat je altijd maar tot het uiterste moet gaan. Hij zou voortaan het minimale doen op zijn werk: Quiet quitting.

Het filmpje werd 3,5 miljoen keer bekeken. Media van over de hele wereld buitelden afgelopen weken over elkaar heen om de ‘nieuwste’ werktrend te duiden. Niet zelden werd deze op één hoop gegooid met de groeiende populariteit van de ‘anti-work movement’ op Reddit – het onlineforum met de leus ‘unemployment for all, not just the rich’ groeide afgelopen jaren uit van anarchistisch bolwerk tot een brede online beweging met 2,3 miljoen leden.

Oudere generaties zagen in al die berichtgeving bevestigd wat ze al langer dachten: jongeren zijn lui. Of, zoals toetsenbordridders het op sociale media verwoorden: het zijn ‘over het paard getilde egoïsten’. ‘Terroristen en lamzakken’, bovendien. Maar is dat wel zo?

Vrijwel niets is zo oud als de kritiek op jong. Vierhonderd jaar voor Christus verzuchtte  Socrates al dat de jeugd hopeloos was en ‘alleen maar praatte terwijl ze moest werken’. De managers die nu om het hardst schreeuwen dat jongeren lui zijn, werden vroeger zélf nog weggezet als patatgeneratie (de verwende kinderen van de protestgeneratie). Geen reden dus, om dergelijke generatiekritiek al te serieus te nemen. Al is het maar omdat de individuele verschillen tussen generatiegenoten doorgaans groter zijn dan die tussen generaties. Waar de ooievaar je bezorgt – in een rijk of arm gezin, in een stad of dorp – is van grotere invloed dan wanneer hij dat doet.

Statistisch bewijs voor toegenomen luiheid is er evenmin. Sterker nog: er werken volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek meer jongeren dan ooit en zij werken ook niet minder uren. Al lijkt de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO wel voorzichtig te wijzen op een veranderde werkmentaliteit onder de jonge generatie werkenden. Zo maken deze 25- tot 34-jarigen, na Gen Z’ers, de minste overuren per week: 3 uur en 22 minuten. Dat is bijna een half uur minder dan de leeftijdsgroep van 35- tot 45-jarigen boven hen.

Deze millennials geven bovendien vaker aan onbereikbaar te zijn na werktijd, andere dingen belangrijker te vinden dan hun baan en hun werk minder belangrijk te vinden dan vrije tijd. Jongeren zijn dus niet zozeer luier dan de generaties boven hen, maar lijken wel meer te hechten aan een goede balans tussen werk- en privé. Al zal dat sterker gelden voor de theoretisch opgeleiden dan voor bijvoorbeeld de fabriekarbeider, die al decennia werkt volgens prikklok, of voor de verpleger, die de patiënt met een slagaderlijke bloeding ook na vijf uur ‘s middags niet plots aan zijn lot overlaat.

Die mentaliteitsverandering ziet ook Kim Jansen, die training over generatieverschillen geeft aan organisaties als BDO, UWV en Ahold. ‘De jongeren van nu zijn opgegroeid in tijden van individualisering en globalisering waarin de sky the limit was, zij vinden dat werk vooral leuk moet zijn’, zegt zij. ‘Ze stellen zich ook niet meer voor als arts of bankier: ze zijn zichzelf en hebben naast al hun hobby’s ook nog werk.’ Het betekent volgens Jansen niet dat ze niet hard willen werken, maar ze willen wel zelf bepalen wanneer ze dat doen. ‘Als de wind bijvoorbeeld gunstig staat, willen ze de vrijheid hebben om te kitesurfen.’

Met name in bedrijven en sectoren die traditioneel georganiseerd zijn, leidt dat tot frictie. Het botst met de werkmentaliteit van de generatie van hun (groot)ouders, die er vaak op de leidinggevende posities zitten. Jansen: ‘En wat die leuk vinden aan de keukentafel, dat jongeren kritisch en brutaal zijn, vinden ze op de werkvloer heel lastig.’ Zo’n sector is bijvoorbeeld de accountancy. Uit onderzoek van ING bleek onlangs al dat het partnermodel er onder druk staat, omdat twintigers niet meer gemotiveerd zouden worden door de status en ‘financiële prikkel van het partnerschap’ en ‘minder bereid zijn om veel uren te draaien’.

Over het waarom van die veranderde werkmentaliteit hoeft hoogleraar economie Robert Dur niet lang te filosoferen. Veel meer dan met de jongeren zelf heeft het te maken met de economische omstandigheden waarin zij de arbeidsmarkt betreden. Uit zijn onderzoek naar Amerikaanse data blijkt namelijk dat die bepalend zijn voor de prioriteiten die jonge werkenden stellen aan hun baan. ‘Als het lastig is een baan te vinden, ligt de focus heel erg op inkomen, terwijl in gunstige tijden inhoud en zingeving veel belangrijker worden gevonden’, aldus Dur.

Opvallend: ook al draait de economische wind gedurende de carrière, de startpositie blijft bepalend voor wat werkenden het belangrijkst vinden. Dus wie tijdens de ‘no future’- jaren tachtig de arbeidsmarkt op kwam, was meer gebrand op een goedbetaalde baan dan wie jong was tijdens de internetbubbel. Nu de personeelstekorten met 143 vacatures op 100 werklozen groter zijn dan ooit, hebben jongeren ook meer dan ooit de luxe te bepalen hoe hun baan eruitziet. Dur: ‘Dan is er een heel stel dat zegt: ik wil drie dagen weekend. En gelijk hebben ze.’

Zo biedt de krappe arbeidsmarkt jongeren de ruimte om te breken met het idee van werk als crux van het bestaan. Al hoort daarbij wel een kanttekening: het geldt niet voor álle jongeren. Wie een kwetsbare positie heeft op de arbeidsmarkt, denk aan lager opgeleiden, mensen met een migratieachtergrond of beperking, zal zich ook in economisch gunstige tijden geen ‘leuke’ baan of zelfontplooiing kunnen permitteren. Zo zal de ongedocumenteerde Bengaalse fietskoerier nu niet plotseling opteren voor een vrije woensdag. Net zomin als de pakketbezorger.

Bovendien vermoedt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen dat de veranderde werkmentaliteit niet alleen uit luxe is geboren. Veel jongeren groeiden weliswaar op in grote welvaart met ouders die hen vooral aanmoedigen te doen wat ze leuk vinden, maar óók met werkgevers die hen behandelden als klapstoelmedewerkers (tweederde heeft een flexcontract). Voor elke jongere waren er altijd tien anderen, tot ze er plotseling niet meer zijn. ‘Dan is het niet gek dat zij nu tegen die werkgever zeggen: zoek het uit.’

Deze generatie heeft bovendien de opkomst van de ‘burn-outpandemie’ heel bewust meegemaakt, aldus de hoogleraar. Als gevolg van de toegenomen werk- en regeldruk leken werkenden in sectoren als de zorg en het onderwijs afgelopen jaren als bij bosjes om te vallen. Volgens onderzoek van TNO lijden inmiddels 1,2 miljoen werkenden aan burn-outklachten. ‘Jongeren zagen dit bij hun broers en zussen gebeuren’, zegt Wilthagen. ‘Zij zijn daardoor soms bij voorbaat al bang om overbelast te raken.’

En dan was er ook die andere pandemie, de coronacrisis, waardoor jongeren hun eerste stappen op de arbeidsmarkt zetten als pixel in een Teams-scherm. Verstoken van kantoorhumor en kantinekroketten werd hun baan uitgekleed tot de kern: werk. Daardoor voelen velen zich volgens jongerenvertegenwoordiger Kimberley Snijders (21) van de Sociaal Economische Raad nog altijd weinig verbonden met hun baan. ‘Er zijn veel jongeren die hun collega’s nog steeds niet goed kennen en dan is de neiging om harder te rennen om ze uit de brand te helpen minder. Je maakt je taken af en gaat niet above and beyond.’

Volgens Snijders is er nóg een reden dat jongeren minder bereid zijn dat stapje extra te zetten: er is geen reden voor. ‘Dat ideaal nastreven van een huis en auto waar je status aan ontleent, speelt bij jongeren minder, want hoe hard je ook werkt: je kunt toch geen huis kopen met je studieschuld. En een auto is niet handig en niet goed voor het milieu. Dus moet je aan iets anders status ontlenen.’ Die nieuwe statussymbolen zien jongeren elke dag langskomen in hun Instagram-tijdlijn: mooie reizen, sportieve lijven, festivals. Snijders: ‘In ieder geval zie je nooit een story vanuit de kantoortuin.’

Voor die nieuwe statussymbolen hebben jongeren bovenal vrije tijd nodig. Het raakt aan het scenario dat de Britse econoom Keynes in 1930 schetste. Als gevolg van de technologische vooruitgang zou de productiviteit in deze eeuw dusdanig zijn gegroeid dat een 15-urige werkweek zou volstaan. De werkweek werd sindsdien weliswaar ingekort met de invoering van de 8-urige werkdag en vrije zaterdag, maar de utopie van Keynes werd nooit bewaarheid. Niet omdat de productiviteit is gestokt, maar omdat de werkende mens zich niet vrijkocht maar simpelweg meer ging kopen.

Inmiddels is een langere werkweek voor de jongere generaties bittere noodzaak, stelt Wilthagen. Om de simpele reden dat er steeds minder jongeren zijn. Nu al komt de dienstverlening overal piepend tot stilstand omdat fulltime verwachtingen niet rijmen met onze parttime werkweken. Dat dreigt als gevolg van de vergrijzing alleen maar erger te worden: in 2050 zijn er per 80-plusser drie werkenden minder, terwijl de vraag naar arbeid door die vergrijzing alleen maar groter wordt. Zo zou in 2040 een kwart van de werkenden in de zorg moeten werken.

Het kabinet zint dan ook op maatregelen om de werkweek te verlegen. Zo kondigde het deze week een proef aan met een voltijdbonus in het onderwijs om docenten te stimuleren meer te werken. Maar volgens Wilthagen moet de oplossing niet alleen worden gezocht in financiële prikkels, maar vooral in de inhoud van het werk.  ‘We moeten onderzoeken waarom jongeren nu niet in werk lijken te vinden wat ze in het leven zoeken’, stelt hij.

Het vraagt volgens de hoogleraar om een radicale herziening van hoe werk is ingericht. ‘Want als je nu tegen jongeren zegt: kies de Pabo dan sta je de komende vijftig jaar voor groep 3, dan loopt iedereen weg. Maar wat nou als je dat lesgeven kan combineren met bijvoorbeeld een baan als yoga-instructeur?’ In ieder geval moeten de signalen van jongeren volgens Wilthagen veel serieuzer moeten worden genomen. ‘De grootste fout zou zijn om ze af te serveren als de nieuwe patatgeneratie.’

Het is precies het advies dat generatie-expert Jansen aan BDO gaf: ga met elkaar in gesprek. Om dat te faciliteren heeft het bedrijf onder meer een ‘jongeren managementteam’ geïnstalleerd dat advies geeft aan de top. Een van de zaken die zo op de agenda kwam, was de lease-auto. Daar bleken veel jongeren geen behoefte meer aan te hebben. ‘Dus hebben we nu de optie om het budget daarvoor uit te laten betalen’, aldus Van der Welle. ‘Natuurlijk is dat voor oudere generaties soms wennen. Maar als wij nieuwe generaties aan ons willen blijven binden is luisteren en in gesprek gaan de enige optie.’

Joeri Schouten (31), millennial, werkte bij een groot managementadviesbureau en heeft nu zijn eigen platform voor freelance consultants Sweav

‘Toen ik zes jaar geleden begon als consultant, deed ik dat met het idee om partner te worden. De werkvloer in de consultancy is georganiseerd als een piramide: onderaan heb je de analisten en aan de bovenkant een paar partners die het werk binnenhalen. Als je alles goed doet en door alle hoepels springt, duurt de weg van beneden naar boven tien jaar. Ik werkte van 9 uur ‘s ochtends tot 8 uur ‘s avonds. Het hoorde er nu eenmaal bij.

‘Maar op gegeven moment woog het gebrek aan privéleven niet op tegen de steilheid van de leercurve en de status. Op een zondagavond keek ik naar mijn agenda voor de komende week en zag ik alleen maar meetings staan met mensen die me niet meer interesseerden over onderwerpen die me niet meer interesseerden. Vervolgens keek ik naar mijn bankrekening: daar stond genoeg op om het even mee uit te zingen. De volgende dag heb ik de hr-afdeling gebeld en gezegd: ik stop ermee.

‘Het was niet dat ik het werk niet meer leuk vond, maar wel de corporate omgeving waarin het plaatsvond. Dus toen heb ik een context voor mezelf gecreëerd: een eigen platform voor freelance consultants. Het is niet zo dat ik nu 20 uur werk en de rest van de week op een yogamatje lig. Ik werk nog steeds hard, maar als je doet wat je leuk vindt, maakt dat niet uit. Iedereen die zich aansluit bij Sweav spreek ik persoonlijk. Als ik vraag waarom ze zzp’er zijn geworden, zeggen ze allemaal hetzelfde: vrijheid. Ze willen geen monomaan leven leiden waarin je zeven dagen per week met hetzelfde bezig bent.’

Nina Thenadey (21), Gen Z, is met haar vriend naar Nieuw Zeeland vertrokken om ‘digital nomad’ te worden

‘Ik vertrek zondag voor onbepaalde tijd naar het buitenland om te reizen en remote te werken. Ik wilde al langer uit de Nederlandse maatschappij stappen. Dat ontstond toen ik voor mijn hbo psychologie stage liep bij een ngo op Curaçao. Daar gaat alles door de warmte veel trager dan in Nederland, het is er minder prestatiegericht en persoonlijker. Niets ging er via social media. In Nederland is dat anders, hier word je veel meer geleefd en krijg je van kinds af aan het gevoel dat je altijd voor het hoogste haalbare moet gaan.

‘Ik denk dat het moeilijk is om op afstand iets te doen met mijn studie. Online therapie geven is niet ideaal. Ik zou daarom willen kijken of het lukt geld te verdienen met creatieve dingen, zoals muziek maken en fotografie. De afgelopen periode heb ik veel gewerkt in de horeca om te sparen, daarmee kan ik het de eerste tien maanden uitzingen. Dat is wel een groot voordeel van Nederland: het is makkelijk om snel veel geld te verdienen. In de horeca kreeg ik als zzp’er 24 euro per uur.

‘Ik voel me niet schuldig dat ik niet direct iets doe met mijn opleiding. Als er echt zoveel mensen nodig zijn, moeten werkgevers misschien eens kritisch kijken naar zichzelf. In de horeca heb ik best vaak meegemaakt dat je slecht wordt behandeld en na tien uur werken geen eten en pauze krijgt. Vraag personeel eens naar tips of tops, het zit soms in de kleine dingen. Als ik ooit terugkom, denk ik dat ik eerder een eigen bedrijf wil beginnen dan werken voor een baas. Zodat ik zelf sturing heb en kan doorleren.’

Jennifer Lesmeister (26), gen Z, ging van een fulltime naar een parttime werkweek

‘Vorige zomer zat ik met mijn vriend te eten in een restaurant in Krakau toen het zwart werd voor mijn ogen. Het bleek een hartstilstand, op 25-jarige leeftijd. Al in het Poolse ziekenhuis bedacht ik me dat het roer om moest. Ik had sinds mijn afstuderen als data-specialist in de financiële wereld gewerkt en altijd haast gehad. Het gewone carrièrepad bewandelen was voor mij niet genoeg, want er was altijd wel iemand op Linkedin of Instagram die het beter deed. Die wél cum laude was afgestudeerd of zijn eigen bedrijf had.

‘Ik denk dat veel mensen de waarde van geld overschatten en die van tijd onderschatten, maar als je medisch gezien dood bent geweest, besef je: carrière maken is niet zo boeiend. Ik heb mijn baan opgezegd en een baan gezocht in de publieke sector. In sollicitaties bracht ik direct ter sprake: ‘Ik wil 32 uur werken, punt’. Ik vond dat de werkgever daarmee te dealen had, hij heeft zijn arbeidsvoorwaarden en ik dus ook. Ik moet wel eerlijk zijn: ik heb als vrouw in de datawereld een goede onderhandelingspositie.

‘Ik ben nu op de woensdag vrij. Dan ga ik sporten, lunchen en uitgebreid koken. Dan bak ik bijvoorbeeld een bananenbrood waar ik nog dagen van kan eten. Ik reset mezelf zo voor de rest van de week. Ik vind het leven veel meer in verhouding nu. En ik denk dat ik mijn werk beter doe en een fijnere collega ben dan toen ik 40 uur werkte, want ik ben gelukkiger. Ik heb nu echt zin om naar mijn werk te gaan in plaats van dat ik me een loonslaaf voel.’